Tractie bij de Nederlandse veldartillerie

Deze pagina gaat in op de tractie bij de Nederlandse veldartillerie. Er wordt aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop het geschut werd voortgetrokken. Tevens wordt een overzicht gegeven van in Nederland gebruikte artillerietrekkers vanaf de start van de motorisering van de veldartillerie in 1925. 

  

Mensen, dieren en machines

15cm houwitser L17, ca. 1939 - Klik om te vergrotenHet voorttrekken van geschut was tot de komst van gemotoriseerde voertuigen een zaak van mens en dier. Zo werd in de oudheid de Romeinse katapult verplaatst door het op een kar te plaatsen en die door paarden voort te laten trekken. Middeleeuws werpgeschut, zoals de blijde, werd door paarden, runderen of mensen voortgetrokken. In India was de olifant lange tijd een populair trekdier, ook na de intrede van het vuurgeschut. In Nederland werd vuurgeschut in de regel door paarden voortgetrokken, alhoewel er situaties bekend zijn waarin mensen het geschut moesten verplaatsen. Uiteraard was vervoer over water een veel gebruikte methode om te verplaatsen, maar dat had niets met tractie te maken. Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog bleef er gebruik gemaakt worden van paardentractie bij de Nederlands veldartillerie

Stoomwagen van Cugnot uit 1769 - Klik om te vergrotenDe historie van de gemotoriseerde tractie vertoont logischerwijs grote parallellen met de ontwikkeling van het gemotoriseerd vervoer in het algemeen. Die historie start in 1769 in Frankrijk met ontwikkeling van de 'stoomwagen' door de Franse artillerieofficier Nicolas Joseph Cugnot. Dit voertuig, regelmatig bestempeld als de eerste 'auto', werd ontwikkeld om zware kanonnen voort te trekken. Het was echter geen succes, want het ding was zwaar, slecht bestuurbaar en kon alleen over harde en vlakke ondergrond rijden. De stoomwagen zou zich later ontwikkelen tot de stoomlocomotief, terwijl in de ontwikkeling van de auto pas een grote stap voorwaarts werd gemaakt toen de verbrandingsmotor eind 19e eeuw succesvol werd toegepast in wat daadwerkelijk als een automobiel kon worden bestempeld. 

 

Auto's, tractors en trado's

Gele Rijders met Fordson-trekker en geschut 7-veld, Arnhem, jaren '30 - Klik om te vergrotenBegin 20e eeuw doken de eerste auto's op in het Nederlandse leger. Na de mobilisatie in 1914 telde ons leger zo'n 300 auto's, grotendeels gevorderd bij de burgerij. Van gebruik voor het voorttrekken van geschut was nog geen sprake. De paardentractie voldeed en bovendien waren auto's onvoldoende geschikt voor gebruik in het terrein. Toen in de jaren '20 echter een tekort aan trekpaarden ontstond bij de veldartillerie, ontstond discussie of de paardentractie gehandhaafd moest blijven. Uiteindelijk werd besloten om landbouwtractoren in te zetten, te beginnen bij het deel van het Korps Rijdende Artillerie dat was ingedeeld bij de kort tevoren opgerichte Lichte Brigade, die snel verplaatsbaar moest zijn. Zo werden in 1925 twee batterijen 7-Veld van de Rijdende Artillerie voorzien van Fordson trekkers. In 1927 werden Fordson trekkers ingevoerd bij het 2e Regiment Onbereden Artillerie. De inzet van deze tractoren was geen succes. De trekkers waren traag, neigden achterover te kieperen bij beklimmingen en bleken duur in gebruik. Daarnaast was het de vraag of ze in voldoende mate te vorderen zouden zijn, als dat nodig mocht blijken. Voor de in 1928 ingevoerde Morris trekkers golden grotendeels dezelfde problemen. 

Geschut 7-veld op Tradolette achter een Ford-Trado vrachtwagen, ca. 1939 - Klik om te vergrotenEen grote stap voorwaarts in de motorisering werd gemaakt toen in 1934 de Trado werd ontwikkeld. De Trado, genoemd naar haar ontwerpers Piet Van der Trappen (artillerieofficier) en Hub Van Doorne (medeoprichter DAF), was een modificatieset waarmee vrachtauto’s snel omgebouwd konden worden naar terreinwaardige wagens. De Trado voorzag in vervanging van de originele achterwielen door zogenaamde balanceurs met ieder twee aangedreven wielen. Een 4x2 voertuig kon zo omgebouwd worden naar 6x4 en een 4x4 voertuig naar 6x6. De beweegbare constructie met vier aangedreven achterwielen zorgde ervoor dat het voertuig in ruw terrein goed uit de voeten kon. Defensie raakte enthousiast en de Trado werd toegepast op vele honderden Ford, Chevrolet, GMC en andere (vracht)wagens. De zogenaamde Trado artillerietrekkers werden tevens voorzien van een lier. Daarmee kon niet alleen gemakkelijk het geschut aan her voertuig gekoppeld worden; in moeilijk terrein kon tevens een vuurmond losgekoppeld worden, waarna deze in beter terrein met behulp van de lier weer 'bijgehaald' en gekoppeld kon worden. Al met al was de Trado trekker een doorbraak in de gemotoriseerde tractie. Een andere ontwikkeling was de Tradolette, een onderstel op twee assen, waarmee oudere kanonnen met houten raden snel vervoerd konden worden

Ondertussen was in 1933 het bovengenoemde 2e Regiment Onbereden omgedoopt in  Regiment Motorartillerie (RMA)  Het RMA verzorgde te Naarden de opleidingen voor de bediening van divers geschut met motortractie, waaronder het kanon 10-veld en de houwitser 15cm L15. 

In de opmaat naar de Tweede Wereldoorlog werd er in allerijl verder gemotoriseerd. Het Regiment Motorartillerie werd vervangen door het 9e t/m 12e Regiment Motorartillerie, die na de afkondiging van de algemene mobilisatie in 1939 verder gingen als 9e t/m 12e Regiment Artillerie (RA). De inspanningen ten spijt, werd er in de meidagen van 1940 hoofdzakelijk gebruik gemaakt van paardentractie. De gemotoriseerde tractie betrof veelal Trado trekkers, maar ook nog steeds de slecht functionerende Fordson tractoren.

 

Van motorisering naar mechanisering

Na de Tweede Wereldoorlog werd gemotoriseerde tractie de standaard. Aanvankelijk werd voornamelijk door de geallieerden achtergelaten c.q. geschonken materieel gebruikt, zoals de Britse Morris trekker, de Amerikaanse GMC trekker en de Canadese Ford trekker. In de jaren '50 ging de in Nederland ontwikkelde DAF vrachtwagen YA 328 een belangrijke rol spelen, alsmede de Amerikaanse pantserrupstrekkers M4 en M5 voor het middelzware en zware geschut. De M4 en M5 werden in het kader van het 'Mutual Defence Assistance Program' door de Verenigde Staten aan Nederland geschonken. 

155mm houwitser M114 van de 44 Afdva achter een High Speed Tractor 18 ton M4, medio jaren '50 - Klik om te vergrotenDe opleiding van militaire chauffeurs werd in de tussentijd gestructureerd. In 1947 werd in Eindhoven de Rij- en Tractieschool opgericht. Het was opnieuw Van der Trappen die een belangrijke rol speelde in de oprichting van dit 'kloppend hart van de Nederlandse motorisering'. In Eindhoven werden met name instructeurs en examinatoren opgeleid; de opleiding van de chauffeurs vond nog plaats bij de verschillende wapens en dienstvakken. Het streven naar centralisatie van de chauffeursopleidingen leidde in 1971 tot de vorming van het Rij- en Opleidingscentrum (ROC), waar het huidige Opleidings- en TrainingsCentrum Rijden (OTCRij) te Oirschot sinds 2003 een opvolger van is.

In de tweede helft van de jaren '60 werd een groot deel van de getrokken vuurmonden vervangen door gemechaniseerde vuurmonden. De gemechaniseerde vuurmonden AMX-PRA, M107, M109 en M110 mm verdrongen, geheel of gedeeltelijk, de getrokken vuurmonden 25-ponder, M59, M101 en M114. De volrups trekkers M4 en M5 werden uitgefaseerd en de DAF YA 328 deed een stap terug in zijn rol als artillerietrekker. De houwitser M114 bleef uiteindelijk als enige getrokken vuurmond over bij de parate onderdelen. Deze werd inmiddels getrokken door de 6-tonner vrachtauto DAF YA 616. Met de uitfasering van de M114 in 2002 (inmiddels voortgetrokken door de 10-tonner DAF YHZ 2300) werd uiteindelijk afscheid genomen van de tractie bij de Nederlandse veldartillerie.

Hieronder een overzicht van trekkers die door de jaren heen door de Nederlandse artillerie zijn gebruikt. Het overzicht pretendeert niet compleet te zijn, maar geeft wel een beeld van het trekkend materieel bij de Nederlandse veldartillerie vanaf 1925. Vanuit het overzicht kan doorgeklikt worden naar de specifieke pagina's over de voertuigen.


Overzicht artillerietrekkers door de jaren heen

Fordson trekker, ca, 1926 - Klik om te vergroten Fordson F Tractor High Speed Tractror 13 ton M5 - Klik om te vergroten M5 13 ton High Speed Tractor
Landbouwtrekker Pantserrups artillerietrekker
Ingevoerd in 1925 Ingevoerd in 1953
   
Chevrolet CGT artillerietrekker van de Brigade Prinses Irene uit 1943 - Klik om te vergroten Chevrolet CGT DAF YA 616 - Klik om te vergroten DAF YA 616
4x4 artillerietrekker 6x6 artillerietrekker (6-tonner)
Ingevoerd in 1943 Ingevoerd in 1956
   
DAF YA 328 - Klik om te vergroten DAF YA 328 M114 van de 154 Afdva achter DAF YHZ2300, 1991 - Klik om te vergroten DAF YHZ 2300
6x6 artillerietrekker (3-tonner) 6x6 artillerietrekker (10-tonner)
Ingevoerd in 1952 Ingevoerd in 1988
   
High Speed Tractor 18 ton M4 - Klik om te vergroten M4 18 ton High Speed Tractor
Pantserrups artillerietrekker
Ingevoerd in 1953
 

Naar de homepage van 41 AfdVa C-bt 87-1/2Home