De Gele Rijders (Rijdende Artillerie)

De Rijdende Artillerie, in de volksmond beter bekend als de Gele Rijders, heeft sinds haar oprichting in 1793 altijd een bijzondere plaats ingenomen binnen de Nederlandse artillerie. Deze pagina besteedt aandacht aan dit bijzondere onderdeel en haar rijke historie en traditie.

  

De oprichting

In het midden van de achttiende eeuw ontstond steeds meer de behoefte aan snel verplaatsbare artillerie, die in staat was de cavalerie in haar manoeuvres te volgen. De artillerie was in de loop der tijd weliswaar een stuk mobieler geworden, maar omdat het van oudsher was gericht op het belegeren van vestingen, kon het zich nog steeds niet erg gemakkelijk verplaatsen. Een groot deel van het geschut was erg zwaar en het personeel was slechts beperkt bereden. Niet alle vuurmonden waren echter loodzwaar. Voortschrijdende techniek had er namelijk voor gezorgd dat het geschut in de loop der jaren aanzienlijk lichter was geworden. De lichtste stukken (3- en 6-ponders) konden zelfs relatief gemakkelijk verplaatst worden. Het was dan ook een voor Stadhouder Willem V, de initiator van de Rijdende Artillerie - Klik om te vergroten de hand liggende ontwikkeling dat diverse legers in die periode besloten de lichtere vuurmonden af te splitsen van de overige artillerie, deze te voorzien van lichtere affuiten en onder te brengen in aparte eenheden, voorzien van volledig bereden personeel. Landen als Oostenrijk, Frankrijk en Denemarken gingen de Republiek der Verenigde Nederlanden voor in deze ontwikkeling. Het was echter de Pruisische Rijdende Artillerie die inspireerde tot de oprichting van een dergelijke artillerie in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Stadhouder Prins Willem V had namelijk via zijn (familie)banden met het Pruisische rijk een dusdanig beeld van de Pruisische Rijdende Artillerie gekregen, dat hij het zeer zinvol achtte een dergelijke eenheid binnen de vaderlandse strijdmacht in te voeren en hiertoe een voorstel deed bij de Raad van State. Naast de behoefte om de cavalerie te kunnen volgen, was een ander argument voor de invoering van een dergelijke artillerie, de verdediging van de lange kuststrook van de Republiek. 

Officieel geldt 21 Februari 1793 als de oprichtingsdatum van de Nederlandse Rijdende Artillerie. Op die dag keurden de Staten Generaal het voorstel van de Raad van State goed om twee brigades rijdende artillerie op te richten, ieder bestaande uit twee volledig bereden compagnieŽn met in totaal 32 lichte vuurmonden. Tijd voor een rustige vorming van het nieuwe onderdeel was er echter nauwelijks, want de Fransen waren op oorlogspad en bedreigden de Republiek der Verenigde Nederlanden. Inderhaast werden een detachement Rijdende Artillerie gevormd om ten strijde te trekken tegen de Fransen, terwijl ondertussen de brigades verder werden opgebouwd. De bewapening van de Rijdende Artillerie werd opgebouwd uit 3- en 6-ponders en houwitsers van 24 pond ijzer. Een directe confrontatie met het Franse leger bleef uit in 1793, maar dat zou niet lang meer duren.

  

Een periode van veel strijd

De Fransen trekken Nederland binnen in 1795 - Klik om te vergrotenIn 1794 werd een tweede detachement Rijdende Artillerie uit de pas opgerichte brigades gevormd, dat direct ten strijde trok tegen de oprukkende troepen van de Franse keizer Napoleon. Binnen een jaar na de oprichting onderging de Rijdende Artillerie de vuurdoop in gevechten met Fransen in onder andere Charleroi en Willemsstad. Eťn en ander kon niet voorkomen dat de Fransen in 1795 tot het hart van de Republiek door drongen en de macht grepen. Officieel bleef Nederland onafhankelijk, maar er werd een nieuw bewind aangesteld, dat sterk gericht was op de Franse 'broedernatie'. De Republiek der Verenigde Nederlanden maakte hiermee plaats voor de zogenaamde Bataafse Republiek. De Nederlandse Rijdende Artillerie werd omgedoopt tot de Bataafse Rijdende Artillerie en kwam ter beschikking van het Franse leger. Veel Oranje gezinde Rijders, met name officieren, namen toen ontslag. De Bataafse Rijdende Artillerie nam in de navolgende jaren deel aan diverse grote veldslagen, die veelal samen met de Fransen werden uitgevoerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn de strijd in 1799 tegen de Engelse en Russische troepen die in Noord-Holland waren geland en de veldtocht die in 1800 werd ondernomen tegen het Oostenrijkse leger. In 1806 werd de Bataafse Republiek door Napoleon opgeheven en opgenomen in het door hem gevormde Koninkrijk Holland, waarvan zijn broer Lodewijk Napoleon koning werd. De Bataafse Rijdende Artillerie werd hiermee de Koninklijke Hollandse Rijdende Artillerie en nam deel aan onder andere de veldslag tegen de Zweden in Noord-Duitsland in 1807 en de uitputtende veldtochten in Spanje van 1808 tot 1810. Napoleon was zeer te spreken over de Hollandse Rijdende Artillerie en uitte herhaaldelijk zijn grote bewondering over het dappere gedrag van het onderdeel.

De slag bij Borodino, 1812 - Klik om te vergrotenIn 1810 besloot Napoleon het Koninkrijk Holland bij het Franse Rijk in te lijven. De Koninklijke Hollandse Rijdende Artillerie werd ontbonden en de compagnieŽn werden ondergebracht bij het Franse keizerlijke leger. Eťn compagnie van de voormalige Koninklijke Hollandse Rijdende Artillerie nam in 1812 deel aan de grote veldtocht van Napoleon naar Rusland. Diverse slagen werden gewonnen, maar Napoleon slaagde er niet in om een beslissende overwinning te boeken. De terugtocht verliep catastrofaal. Koude, honger en voortdurende aanvallen van de Russen zorgden ervoor dat slechts tien procent van Napoleons machtige leger de terugtocht volbracht. Van de compagnie van de voormalige Koninklijke Hollandse Rijdende Artillerie keerde bijna niemand terug. De meeste waren omgekomen op de Russische sneeuwvelden.

De ondergang van Napoleons troepen in Rusland werd in 1813 gevolgd door Napoleons verlies in de slag bij Leipzig. Het Franse leger was dusdanig verzwakt dat de geallieerden kans zagen de Franse bezettingstroepen uit Holland te verdrijven. Het Franse leger trok zich terug op eigen grondgebied en het zelfstandige Koninkrijk der Nederlanden werd gesticht. Geschut van het Korps Rijdende Artillerie komt in stelling bij Waterloo, 1815 - Klik om te vergroten De Prins van Oranje, die in Londen verbleef, werd Koning Willem I van Holland plus wat heden ten dage BelgiŽ is. De krijgsmacht werd opnieuw opgebouwd en van heinde en verre keerden de overgebleven Hollandse Rijders terug naar Nederland. Veel tijd was er niet voor de opbouw, want Napoleon herstelde zich snel en begon in hoog tempo opnieuw militaire activiteiten te ontplooien. Nederland sloot zich aan bij de Engelsen en Pruisen en medio 1815 waren de Nederlandse troepen, inclusief het nieuw gevormde Korps Rijdende Artillerie, alweer in gevecht. Ditmaal niet aan de zijde van de Fransen, maar tegenover de Fransen. Mede dankzij het heldhaftige en trefzekere optreden van de Rijdende Artillerie werd Napoleon uiteindelijk op 18 juni 1815 bij Waterloo verslagen. Een periode van relatieve rust brak aan. Het Korps Rijdende Artillerie bestond inmiddels uit acht compagnieŽn.

  

Opstandige zuiderlingen

De vereniging van de zuidelijke en noordelijke Nederlanden was geen onverdeeld succes. De verschillen tussen beide gebieden waren groot en de zuiderlingen hadden nauwelijks een stem in het koninkrijk. De zuiderlingen kwamen dan ook in opstand. In 1830 nam de Rijdende Artillerie deel aan de strijd tegen de opstandige zuidelijke Nederlanden tijdens het neerslaan van een opstand in Brussel. In 1831 besloot Koning Willem I wederom tot een gewapend optreden tegen BelgiŽ. Dit optreden is beter bekend als de Tiendaagse Veldtocht en resulteerde er in dat de Belgische troepen bij Hasselt en Leuven werden verslagen. Oprukkende Franse troepen dwongen echter de Nederlandse troepen zich terug te trekken, waarna de strijd aan de onderhandelingstafel werd voortgezet en BelgiŽ uiteindelijk in 1839 onafhankelijk werd.

De veldslag bij Hasselt, 1831 - Klik om te vergrotenIn 1841 besloot Koning Willem II het Korps Rijdende Artillerie om te dopen naar Regiment Rijdende Artillerie en werd het om financiŽle redenen ingekrompen. Een jaar later viel het Regiment Rijdende Artillerie een bijzondere eer te beurt, toen Koning Willem II besloot tot de invoering van een prachtig nieuw uniform. De koning was namelijk in zijn jaren als Prins van Oranje bevelhebber van de Nederlandse troepen geweest, onder andere tijdens de slag bij Waterloo. Hij was dusdanig onder de indruk geraakt van de Rijdende Artillerie, dat hij met de invoering van het nieuwe uniform zijn waardering en erkentelijkheid wilde laten blijken voor het onderdeel. Het ingevoerde uniform was gebaseerd op het uniform dat de koning had gedragen tijdens onder andere de slag bij Waterloo en wordt tot op heden, in enigszins aangepaste vorm, bij ceremoniŽle gelegenheden gedragen. Kenmerkend voor het uniform zijn de dolman, een kort donkerblauw jasje met gele dubbele lissen aan de voorkant, en de kolbak, een van berenvacht vervaardigd hoofddeksel. De gele koorden en lissen op de dolman bezorgden de eenheid de officieuze naam ĎGele Rijders'. Alhoewel Koning Willem II de operationele en tactische waarde van de Rijdende Artillerie zeer waardeerde, leek hij nog meer onder de indruk van de uitstraling en ceremoniŽle waarde van het onderdeel. Bij diverse officiŽle gelegenheden liet hij de volledig uitgedoste Gele Rijders opdraven en op een bepaald moment werd zelfs een deel van het Regiment Rijdende Artillerie in de nabijheid van de koning in Den Haag gelegerd.

  

Bezuinigingen

De navolgende jaren werden gekenmerkt door verdere inkrimping ten gevolge van bezuinigingen. In 1849 bestond het Regiment Rijdende Artillerie nog uit slechts vier compagnieŽn. Omdat iedere compagnie ťťn batterij in het veld kon brengen, viel het onderscheid tussen een compagnie (een eenheid militairen) en een batterij (een operationele eenheid vuurmonden te velde) steeds meer weg. Het werd in deze periode dan ook gemeengoed om een compagnie simpelweg batterij te noemen. Uiteindelijk werd in 1867 officieel geregeld dat een compagnie bij de artillerie voortaan batterij heette. 

Kanon van 8 cm, in 1862 bij de Rijdende Artillerie ingevoerd - Klik om te vergrotenOp materieel vlak ging het Regiment Rijdende Artillerie er flink op vooruit. In 1827 was de houwitser van 24 pond reeds vervangen door de lange houwitser van 15 cm, die een stuk lichter was. In de jaren '40 van de 19e eeuw verdween de 3-ponder uit de bewapening van het Regiment Rijdende Artillerie en werden er nieuwe en lichte 6-ponders en 12-ponders ingevoerd, alsmede een houwitser van 12 cm. In 1862 werd het kanon van 8 cm bij de Rijdende Artillerie ingevoerd, het eerste veldgeschut van de Nederlandse artillerie met een getrokken loop, dat een jaar eerder bij de Veldartillerie was ingevoerd. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zou de Rijdende Artillerie voor wat betreft de invoering van nieuw geschut redelijk synchroon met de Veldartillerie blijven lopen. Soms direct, maar meestal binnen twee jaar na invoering van nieuw geschut, was ook de Rijdende Artillerie voorzien van het nieuwe materieel. De ontwikkelingen op materieel vlak zijn elders op deze site uitvoerig beschreven en komen hier verder beperkt aan bod.

In de tweede helft van de 19e eeuw laaide de discussie over het nut van een Rijdende Artillerie een aantal maal op. De Veldartillerie had zich inmiddels 'ontdaan' van het zwaardere geschut door het af te splitsen naar de Vestingartillerie en tevens raakte de Veldartillerie steeds meer bereden. De Veldartillerie werd hierdoor steeds mobieler, maar omdat nimmer de mobiliteit van de Rijdende Artillerie werd bereikt, behield de Rijdende Artillerie haar bestaansrecht. 

  

Mobilisaties en de Tweede Wereldoorlog

Rijdende Artillerie met 7-veld kanon, ca. 1910 - Klik om te vergrotenIn 1870 werd het Nederlandse leger gemobiliseerd vanwege de oorlog tussen de Fransen en de Pruisen. Ondanks dat Nederland neutraal was in deze oorlog, was er de dreiging dat de strijd zich naar Nederlands grondgebied zou verplaatsen. Ook het Regiment Rijdende Artillerie ging onder de wapenen en de batterijen werden in verschillende delen van het land gestationeerd. Nederland raakte niet betrokken bij de strijd en hetzelfde jaar gingen de Gele Rijders weer in garnizoen.

In 1881 werd het Regiment Rijdende Artillerie weer omgedoopt tot Korps Rijdende Artillerie en werd het onderdeel verder ingekrompen tot twee rijdende batterijen en een instructiebatterij. Na een kleine eeuw van wisselende legeringplaatsen, waaronder Haarlem, Leiden, ís-Gravenhage, Arnhem en Amersfoort, belandde het korps wederom in Arnhem. Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog zou Arnhem de thuisbasis van de Rijdende Artillerie blijven.

Gele Rijders schillen aardappelen, ca. 1910 - Klik om te vergrotenIn 1893 werd in Arnhem de 100e verjaardag van de Rijdende Artillerie gevierd, middels onder andere een reŁnie van oud-rijders en demonstraties waarbij ook koningin Wilhelmina en koningin-regentes Emma aanwezig waren. 

In 1914 werd het Nederlandse leger opnieuw gemobiliseerd. Ditmaal vanwege de steeds verder om zich heen grijpende Eerste Wereldoorlog. Ook nu was Nederland neutraal en raakte het niet rechtstreeks betrokken bij de strijd. Dit laatste was volgens sommigen mede het gevolg van het feit dat Nederland een uitstekend, zeer paraat leger bezat, dat was uitgerust met zeer goed en modern materieel. Twee batterijen Rijdende Artillerie werden te lande gestationeerd en de rest van het korps bleef in Arnhem. Na de oorlog, in maart 1919, werden de twee te lande gestationeerde batterijen op feestelijke wijze binnengehaald in hun garnizoensstad Arnhem. De uitputtende oorlog had echter belangrijke gevolgen voor het militaire bedrijf in Nederland na de oorlog. In Europa ontstond een stemming van 'nooit meer oorlog' en vierde het pacifisme hoogtij, met name in Nederland. Een aantal officieren van de Rijdende Artillerie, ca. 1914 - Klik om te vergroten Samen met de slechte economische situatie leidde dit tot vergaande inkrimping van het Nederlandse leger. Uiteindelijk ontstond de situatie dat het gehele Nederlandse leger geen parate onderdelen meer had! De Rijdende Artillerie bestond toen nog slechts uit ťťn schoolbatterij en een staf. Bij mobilisatie zou hier met behulp van reservisten een tweede batterij aan toegevoegd worden. Bovendien was het merendeel van het geschut inmiddels verouderd. Net als alle overige onderdelen van de landmacht, bevond de Rijdende Artillerie zich in een weinig Ďstrijdbareí situatie. Toen in de jaren í30 de oorlogsdreiging vanuit Duitsland duidelijk werd, werden weliswaar maatregelen genomen, zowel in organisatorische, materiŽle als personele zin, maar feitelijk was het al te laat. Ook al werd het Korps Rijdende Artillerie nog volop gemotoriseerd en nam het in de maanden voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog zelfs afscheid van de paarden die altijd voor het vervoer hadden gezorgd, feit bleef dat het korps kansloos was tegenover de Duitsers in de meidagen van de Tweede Wereldoorlog. Bij haar acties in Dordrecht leed het korps zware verliezen onder manschappen en materieel en zoals bekend werd de strijd met de Duitsers over de gehele linie snel beslecht in het nadeel van Nederland.

  

De Rijdende Artillerie keert niet terug 

De in de 2e Wereldoorlog vernietigde Willemskazerne te Arnhem, thuisbasis van de Gele Rijders - Klik om te vergrotenNadat het Nederlandse leger in mei 1940 was verslagen, werd het feitelijk ontbonden. Diverse militairen vluchtten naar Engeland, waaronder een aantal Gele Rijders. In Engeland richtte men de Brigade ĎPrinses Ireneí op, die was bedoeld als Nederlandse bijdrage aan de geallieerde strijdmachten. Rijdende artillerie kende de brigade niet, wel had men de beschikking over een artilleriebatterij, die was uitgerust met de Engelse 25-ponder. De opbouw van de brigade verliep moeizaam en de gewenste slagkracht werd nooit bereikt, met name door het gebrek aan (jong) personeel. De brigade nam met circa 1200 man deel aan de landing in NormandiŽ in 1944 en de daarop volgende strijd. Het werd na afloop van de Tweede Wereldoorlog ontbonden.

Direct na de Tweede Wereldoorlog werden plannen gemaakt voor de opbouw van een nieuwe Nederlandse krijgsmacht. In deze plannen kwam de Rijdende Artillerie niet meer voor. Belangrijkste reden hiervoor was dat alle veldartillerie zou worden gemotoriseerd, hetgeen het operationeel onderscheid tussen de Veldartillerie en de Rijdende Artillerie zou wegnemen. Ook qua traditieoverdracht werd er niets geregeld. IdeeŽn over de overdracht van de tradities van de Rijdende Artillerie aan een nieuw onderdeel waren er wel, maar vanwege de weerstand van veel oud-rijders werd hier van afgezien. Het idee om de tradities over te dragen op een Ďwillekeurigí onderdeel stond veel oud-rijders tegen. 

145-jarig jubileum in Arnhem, 1938 - Klik om te vergrotenIn de navolgende jaren probeerden de oud-rijders zelf de tradities van de Rijdende Artillerie enigszins levend te houden. Regelmatig werden er bijeenkomsten van oud-rijders gehouden, waarin werd teruggeblikt op het roemrijke verleden en werd gefilosofeerd over de mogelijkheden van een terugkeer van de Rijdende Artillerie. De bijeenkomsten vonden veelal plaats in Arnhem, de stad die lange tijd als thuisbasis van de rijders had gefungeerd en waarmee de Gele Rijders onlosmakelijk waren verbonden, ook in de ogen van de burgerbevolking en het gemeentebestuur. Niet voor niets werd in de jaren í50 een deel van het Arnhemse Willemsplein omgedoopt tot het Gele Rijdersplein. Naast de bijeenkomsten van oud-rijders, greep een aantal oud-rijders bepaalde festiviteiten en militaire aangelegenheden aan om te paard en in volledig ceremonieel tenue ten tonele te verschijnen om zo de herinnering aan de Rijdende Artillerie levend te houden. Omdat de uniformen in het bezit waren van de oud-rijders zelf, waren dergelijke optredens vrij eenvoudig te realiseren. Niet iedereen kon overigens de optredens van de oud-rijders waarderen. De Rijdende Artillerie bestond immers al een tijdje niet meer en de optredens in volledige uitdossing waren een carnavaleske uiting van misplaatste romantiek en valse nostalgie, zo werd geredeneerd. 

  

De Rijdende Artillerie keert toch terug!

Vaandel Korps Rijdend Artillerie - Klik om te vergrotenDe regelmatige bijeenkomsten en optredens van oud-rijders zorgden ervoor dat de discussie over een mogelijke terugkeer van de Rijdende Artillerie steeds weer nieuw leven werd ingeblazen. Uiteindelijk leidde dit er begin jaren í60 toe, dat er werd onderzocht hoe op zijn minst iets aan traditievoortzetting kon worden gedaan en hoe de Rijdende Artillerie misschien toch weer een plaats binnen de landmacht zou kunnen krijgen. Verschillende ideeŽn passeerden de revue, uiteindelijk resulterend in het voornemen om ťťn van de bestaande afdelingen veldartillerie om te dopen naar een Afdeling Rijdende Artillerie en deze te belasten met de traditievoortzetting van de Rijdende Artillerie. Was vlak na de oorlog een meerderheid van de oud-rijders nog tegen een overdracht van de tradities van de vooroorlogse Rijdende Artillerie aan een Ďwillekeurigí onderdeel, begin jaren í60 voelde men dat niet meer zo sterk. Een meerderheid van oud-rijders was voor dit plan, zodat besloten werd het ten uitvoer te brengen. De keuze viel op de 11e Afdeling Veldartillerie, die was gelegerd in Schaarsbergen, gemeente Arnhem. 

Op 16 januari 1963 werd op ceremoniŽle wijze de 11e Afdeling Veldartillerie omgedoopt tot de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. De baretten werden opgeborgen en de kwartiermutsen werden opgezet. De kwartiermuts was in feite een stalmuts, zoals die bij de Rijdende Artillerie voor de oorlog werd gebruikt. Het hoofddeksel zorgde voor een duidelijk onderscheid met het gevechtstenue van de Veldartillerie. Het onderscheid in ceremonieel tenue was overduidelijk.Standbeeld Gele Rijder in Arnhem - Klik om te vergroten Feit bleef echter dat de afdeling in wezen een reguliere afdeling veldartillerie was, die hooguit wat meer ceremoniŽle taken toebedeeld zou krijgen. De nieuwbakken commandant, luitenant-kolonel Gunning, zelf de enige oud-rijder van de afdeling, besefte dit ook en benadrukte tijdens de oprichtingsceremonie dat het onderscheid moest komen van de rijders zelf. Extra inzet, de traditie van de Gele Rijders waardig, moest de onderscheidende factor worden van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. Cynici spraken wederom van Ďmisplaatste romantiekí en hekelden het enigszins kunstmatige karakter van de rentree van de Rijdende Artillerie. Alhoewel dit zelfs leidde tot discussie in de Tweede Kamer, kon dit niet verbloemen dat veel mensen blij waren met de herrijzenis van de Rijdende Artillerie. In Arnhem werd met zo veel enthousiasme gereageerd op de heroprichting, dat men direct begon met het organiseren van een groot feest ter ere van het 200-jarig bestaan van de Rijdende Artillerie in 1963. Toen men er vanuit militaire kring op werd gewezen dat het 200-jarig jubileum pas in 1993 zou zijn, werd het feest afgeblazen. Wat niet afgeblazen werd, was de oprichting van een standbeeld voor de Gele Rijders datzelfde jaar. Het standbeeld staat er nog steeds. Het is gemaakt door de Arnhemse kunstenaar Gijs Jacobs van den Hof. Geheel toepasselijk heet het beeld 'De Gele Rijder', stelt het een trompetterende Gele Rijder in vol ornaat voor en is het te vinden op het Gele Rijdersplein in Arnhem.

  

De 11e Afdeling Rijdende Artillerie

AMX PRA van de 11 AfdRa, Duitsland, 1976 - Klik om te vergrotenHet reilen en zeilen van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie na de oprichting komt logischerwijs grotendeels overeen met dat van de afdelingen Veldartillerie binnen de Koninklijke Landmacht. De materiŽle veranderingen, de diverse reorganisaties bij de artillerie: allemaal werden ze ook bij de 11e Afdeling Rijdende Artillerie voltrokken. Opvallend was dat de afdeling qua geschut niet echt in de voorhoede van de vernieuwingen meedraaide. Toen medio jaren í60 bijna alle parate afdelingen werden gemechaniseerd middels de invoering van de 105 mm vuurmond AMX-PRA, bleef de 11e Afdeling Rijdende Artillerie uitgerust met getrokken geschut. Weliswaar werd de 88 mm 25-ponder in het kader van standaardisatie naar 105 mm vervangen door de houwitser M101, maar dit was nauwelijks een stap vooruit. Toen in 1969 de 41e Afdeling Veldartillerie overstapte naar de gemechaniseerde 155 mm houwitser M109, werden de vrijgekomen AMX-PRAís van die afdeling doorgeschoven naar de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. De AMX-PRAís waren toen al enigszins verouderd en bovendien in niet al te beste conditie. Het operationeel houden van de AMX-PRAís was dan ook een hele opgave, temeer omdat de Gele Rijders nog lang moesten wachten voordat zij de beschikking over de M109 kregen. Uiteindelijk werd de M109 pas in 1982 bij de 11e Afdeling Rijdende Artillerie ingevoerd. De afdeling was hiermee ťťn van de laatste afdelingen. Bij andere veranderingen liep de 11e Afdeling Rijdende Artillerie wel aardig synchroon met de Veldartillerie. Zo werd in 1989 ten gevolge van reorganisaties de 11e Afdeling Rijdende Artillerie teruggebracht naar twee batterijen van twee pelotons met ieder vijf vuurmonden en werd in 1990 aan ieder peloton weer een vuurmond toegevoegd.

M109A2 van de 2e Batterij 11 AfdRa, ASK, 1991 - Klik om te vergrotenOndertussen was de Rijdende Artillerie ook weer een echt korps geworden. Met het omvormen van de 11e Afdeling Veldartillerie naar de 11e Afdeling Rijdende Artillerie had de Rijdende Artillerie weliswaar weer een plek binnen de landmacht gekregen, maar van een Korps Rijdende Artillerie was formeel geen sprake. In 1973 besloot koningin Juliana tot ieders tevredenheid dit aan te passen. Het Korps Rijdende Artillerie werd weer ingevoerd en de 11e Afdeling Rijdende Artillerie werd het enige onderdeel van dit korps. In 1980 volgde uitbreiding, want in dat jaar werd de mobilisabele 13e Afdeling Veldartillerie omgedoopt tot de 13e Afdeling Rijdende Artillerie en aan het Korps Rijdende Artillerie toegevoegd. De 13e Afdeling Rijdende Artillerie is nooit in haar geheel onder de wapenen geroepen. Mobilisatieopkomst- en herhalingsoefeningen betroffen hooguit een deel van de afdeling.  

In 1991 vond de verhuizing van het Korps Rijdende Artillerie naar de Saksen Weimarkazerne in Arnhem plaats en keerde het korps daarmee terug op historische grond. Lang duurde dit echter niet, want reeds in 1999 verhuisde het korps naar de Tonnetkazerne in Ďt Harde. Datzelfde jaar werd vanwege opnieuw een reorganisatie het aantal vuurmonden van de afdeling teruggebracht van 24 naar 12. 

  

CeremoniŽle taken

Saluutschoten bij de geboorte van Prinses Amalia, 2003, Den Haag kl.jpg - Klik om te vergrotenNaast haar operationele taak heeft de 11e Afdeling Rijdende Artillerie sinds jaar en dag een belangrijke ceremoniŽle taak. Vaak gaat het hier om het afgeven van ereschoten bij plechtigheden met een ceremonieel karakter, zoals staatsbezoeken. Ook is het vaste prik dat de rijders minuutschoten afgeven op Prinsjesdag. De afdeling kwam verder in stelling bij het huwelijk van Prins Willem Alexander en MŠxima en bij de begrafenis van Prins Claus. In 2004 gaven twee saluutbatterijen van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie acte de prťsence tijdens de uitvaart van Prinses Juliana. Totaal negentig Gele Rijders stonden met acht 25-ponders opgesteld in Delft en Rijswijk en vuurden tot aan de bijzetting iedere minuut een kanonschot af. Ook bij de uitvaart van oud-Gele Rijder Prins Bernhard in 2004 was het Korps Rijdende Artillerie prominent aanwezig. Wellicht was Prins Bernhard de bekendste oud-rijder; in 1937 werd hij geÔnstalleerd als Kapitein der Rijdende Artillerie.

  

Uitzendingen

M109A2 van de 11 AfdRa in MacedoniŽ ter voorbereiding KFOR1, 1999 - Klik om te vergrotenVanaf 1997 werden de rijders regelmatig uitgezonden op vredesmissies naar diverse landen. Meestal op individuele basis, maar soms ook middels uitzending van een complete batterij. Eťn keer ging de complete 11e Afdeling Rijdende Artillerie op vredesmissie naar het buitenland.

In 1997 werd de 2e Batterij van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie ingedeeld bij de derde shift van de Stabilization Force in het voormalig JoegoslaviŽ, SFOR 3. Deze vredesmacht zag na het onafhankelijk worden van BosniŽ-Herzegovina toe op de vrede en de wederopbouw aldaar. Het personeel van de 2e Batterij van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie werd opgeleid tot een mortierpeloton en maakte deel uit van de mortieropsporingsradarbatterij van SFOR 3. Aan deze uitzending kwam in 1998 een einde. 

In 1999 werd de gehele 11e Afdeling Rijdende Artillerie uitgezonden naar Kosovo, als onderdeel van de Kosovo Force, KFOR.Gele Rijders in Irak - Klik om te vergroten Ze kregen Orahovac en omgeving toegewezen als sector en zagen daar toe op de handhaving van orde en rust. Later breidde hun verantwoordelijkheidsgebied zich uit met Velika Hoca en Suva Reka. In december 1999 loste de 41e Afdeling Veldartillerie de Gele Rijders af.

In 2002 werd een aantal rijders toegevoegd als wachtpeloton aan SFOR 13 en in 2003 voegde de 2e Batterij zich wederom als mortierpeloton toe aan de inmiddels veertiende shift van SFOR, SFOR 14. 2003 was ook het jaar waarin een aantal rijders deel uitmaakte van de tweede shift van de Stabilisation Force Iraq, SFIR 2. SFIR zag in Irak na de val van Saddam Hussein toe op de handhaving van de vrede en de orde. Twaalf manschappen van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie vormden de beveiliging van een Nederlands detachement op de vliegbasis Tallil in Irak. Eind oktober 2005 gingen er Gele Rijders naar BosniŽ, alwaar ze gedurende zes maanden een belangrijke bijdrage leverden aan de derde shift van de European Union Force, EUFOR-3. De EUFOR-missies waren voorzettingen in EU-verband van de SFOR-missies, die in NAVO-verband werden ondernomen. De mannen en vrouwen van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie waren verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale autoriteiten bij operaties, onder meer middels het controleren van voertuigen, inzamelen van wapens en beveiligen van transporten. 

 

Modernisering & reorganisaties

Opheffing 41 Afdva, Legerplaats bij Oldebroek, 1 juli 2005 - Klik om te vergrotenPas vrij recentelijk kreeg het Korps Rijdende Artillerie eindelijk een standaard. Het korps was samen met het Korps Veldartillerie het enige landmachtonderdeel dat nog niet over een dergelijke onderdeelsvlag beschikte. Op de Legerplaats bij Oldebroek reikte Koningin Beatrix in 2002 de standaarden uit aan beide artilleriekorpsen. De standaard van het Korps Rijdende Artillerie bevat de plaatsnamen en jaartallen van belangrijke gevechten uit de geschiedenis van de Rijdende Artillerie, onder andere 'Waterloo 1815' en 'Hasselt 1831' . 

Op 1 juli 2005 werd de 11e Afdeling Rijdende Artillerie uitgebreid. De 41e Afdeling Veldartillerie werd die dag namelijk opgeheven en de Alpha Batterij van die afdeling werd als 3e Batterij toegevoegd aan de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. Voor de nieuwbakken 3e Batterij van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie betekende dit dat de baretten werden opgeborgen en dat de kwartiermutsen werden geplaatst. Sindsdien bestaan de Veldartillerie en Rijdende Artillerie ieder nog uit ťťn afdeling: de 14e Afdeling Veldartillerie en de 11e Afdeling Rijdende Artillerie, beide gelegerd in 't Harde.

In 2007 nam de afdeling na 25 jaar trouwe dienst afscheid van de gemechaniseerde 155 mm houwitser M109. De vervanger was de hypermoderne gemechaniseerde 155 mm houwitser PzH 2000. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de afdeling 18 stuks PzH 2000 tot haar beschikking zou krijgen, maar nog voordat de invoering van de nieuwe vuurmond bij de afdeling was voltooid, werd n.a.v. de kabinetsplannen van medio 2007 besloten tot inkrimping naar 12 stuks. De 3e Batterij werd in december 2007 opgeheven, om zo bij te dragen in het streven om de defensie en haar activiteiten betaalbaar te houden. 

Recentelijk droeg de afdeling bij aan de Task Force Uruzgan, de bijdrage die Nederland van medio 2006 tot medio 2010 leverde aan de internationale troepenmacht ISAF in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. De afdeling leverde onder andere vuurmondpelotons voor de bediening van de PzH 2000's in Uruzgan.

Media: 
Klik om te downloaden Koninklijk Besluit m.b.t. voortzetting Rijdende Artillerie, 1962

Klik om te openen Foto's & afbeeldingen: de Rijdende Artillerie (de Gele Rijders)

Klik om te openen Foto's: viering 210 jaar Korps Rijdende Artillerie, 't Harde, 7 juni 2003
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 16 september 2003
Klik om te openen Foto's: begeleiding uitvaart ZKH Prins Bernhard door Gele Rijders, Delft, 11 december 2004
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 20 september 2005
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 19 september 2006
Klik om te openen Foto's: Museum Korps Rijdende Artillerie, Legerplaats bij Oldebroek
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 18 september 2007
Klik om te openen Foto's: Gele Rijders tijdens Nationale Bokbierdag, Zutphen, 7 oktober 2007
Klik om te openen Foto's: beŽdiging Gele Rijders, Arnhem, 11 oktober 2007
Klik om te openen Foto's: viering 215 jaar Korps Rijdende Artillerie, 't Harde, 14 juni 2008
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 16 september 2008
Klik om te openen Foto's: reŁnisten 11 Afdra C-bt 1964/65 op bezoek bij 11 Afdra 1e Bt, 't Harde & ASK, 26 maart 2009
Klik om te openen Foto's: Gele Rijders tijdens Hanzefestival, Zwolle, 6 september 2009
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 15 september 2009
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 16 september 2010
Klik om te openen Foto's: saluutbatterij 11 Afdra (Gele Rijders) op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 22 september 2011
Klik om te downloaden Filmpje: Gele Rijders, Arnhem, jaren '30
Klik om te downloaden Filmpje: dťfilť Rijdende Artillerie, verjaardag Groningens Ontzet, 28 augustus 1935
Klik om te downloaden Filmpje: oefening saluutschoten 11 Afdra t.b.v uitvaart Prins Claus, Delft, 15 oktober 2002
Klik om te downloaden Filmpje: Gele Rijders oefenen voor bijzetting Prinses Juliana, 29 maart 2004
Klik om te downloaden Filmpje: beŽdiging Gele Rijders, Paleis Het Loo, 15 april 2005
Klik om te downloaden Filmpje: M109's van de 11 Afdra, voorbereiding Landmachtdagen, Arnhem, 27 mei 2005
Klik om te downloaden Filmpje: M109's van de 11 Afdra, Landmachtdagen, Arnhem, 28 & 29 mei 2005
Klik om te downloaden Filmpje: reŁnie 11 Afdra Charly Batterij 1964/65: bezoek 11 Afdra, Artillerie Schietkamp, 24 oktober 2006
Klik om te downloaden Filmpje: minuutschoten 11 Afdra op Prinsjesdag, Malieveld, Den Haag, 19 september 2006
Klik om te downloaden Filmpje: beŽdiging Gele Rijders, Arnhem, 11 oktober 2007
Klik om te downloaden Filmpje: Gele Rijders, Landmachtdagen, Oirschot, 31 mei 2008
Klik om te downloaden Filmpje: viering 215 jaar Korps Rijdende Artillerie, 't Harde, 14 juni 2008
Klik om te downloaden Filmpje: PzH 2000 NL bij reŁnie 11 Afdra C-bt 1964/64, ASK, 26 maart 2009
Klik om te downloaden Filmpje: PzH 2000 NL van de 11 Afdra, Veteranendag, Landgraaf, 21 juni 2009
Klik om te downloaden Filmpje: 11 Afdra, Task Force Uruzgan, Afghanistan, 2009
 
Naar de homepage van 41 AfdVa C-bt 87-1/2Home