Het Artillerie Schietkamp (ASK) & de Legerplaats bij Oldebroek

De Legerplaats bij Oldebroek en het Artillerie Schietkamp vormen sinds jaar en dag het kloppend hart van de Nederlandse artillerie. Geen (oud-)artillerist die nooit op deze locatie is geweest. De geschiedenis van de legerplaats en het schietkamp gaat terug naar begin jaren '70 van de 19e eeuw.

 

De oprichting

Legerplaats bij Oldebroek - Klik om te vergrotenIn de tweede helft van de 19e eeuw maakte de artillerie in verschillende opzichten grote ontwikkelingen door. Het geschut werd steeds lichter, was steeds gemakkelijker te bedienen en kon bovenal steeds verder schieten. De tot dan toe gebruikte schietterreinen begonnen dan ook te klein te worden. Op personeel gebied werden de kennis en vaardigheden van het bedienend personeel drastisch opgevoerd en ook op dat vlak ontstond er behoefte aan meer faciliteiten. Eén en ander leidde ertoe dat het toenmalige Ministerie van Oorlog besloot uit te zien naar een nieuw groot oefenterrein voor de artillerie, dat in deze behoeften kon voorzien. Het gebied moest minimaal 8 bij 2 km bedragen, plaats bieden voor legering van personeel, achter de vaderlandse hoofdverdedigingslijn gelegen zijn en een goede bereikbaarheid via weg en water hebben. Dit alles bij voorkeur op een centrale plek in Nederland. Het Ministerie van Oorlog stelde een commissie in om te onderzoeken welke locatie aan deze eisen zou kunnen voldoen. Na een tweetal onderzoeken kwam de commissie op de proppen met de heidegronden bij Oldebroek. Het gebied was gelegen bij 'De Knobbel', een heuvel tussen Elburg en Epe in de noordoost hoek van de Veluwe. In 1875 besloot het Ministerie de benodigde grond (ruim 1782 hectare) te kopen. De prijs: fl 93844,40. 

 

Opbouw van het kamp

Schietenoefeningen Artillerie Schietschool, 1900 - Klik om te vergrotenOp 2 juli 1877 klonken de eerste schoten over het terrein, een eer die het 1e Regiment Vestingartillerie ten deel viel. Het terrein was toen nog niet veel meer dan een leeg en groot oefenterrein. De militairen leefden in tenten; vaste gebouwen moesten nog gebouwd worden. Om het personeel enigszins van faciliteiten te voorzien werden snel drie houten kantines gebouwd, één voor officieren, één voor onderofficieren en één voor het overig personeel. In 1878 werd de Artillerie Schietschool (ASS) uit Zwolle belast met de opleiding van de artilleristen en verantwoordelijk gesteld voor het nieuwe schietterrein. Een jaar later werd gestart met jaarlijkse terugkerende opleidingen voor officieren en onderofficieren, die van 1 mei tot 1 november liepen.

In de navolgende jaren werd het kamp steeds verder opgebouwd. De houten kantines werden vervangen door stenen gebouwen en er verschenen legeringgebouwen, keukens, een stenen hospitaaltje, enzovoorts. Langzaam werd het kamp rond het schietterrein steeds meer een echte legerplaats en groeide het uit tot wat men nu nog kent als de ‘Legerplaats bij Oldebroek’. De legerplaats werd ruimtelijk opgezet en voorzien van gazons en siertuinen en vanaf 'De Knobbel' had je een indrukwekkend uitzicht over de Veluwe (nog steeds overigens).Tussen de gebouwen werden volop bomen en struiken geplant en de gebouwen zelf waren in een landelijke, chaletachtige stijl, die werd gekenmerkt door erkers, veranda's, flauwe dakhellingen met grote overstekken, geschubde daklijsten en gevels met vakwerkverdeling en baksteenvulling in kleurpatroon. Inmiddels staan enkele van de gebouwen uit de begintijd van het kamp op de monumentenlijst.
 

 

De wereldoorlogen

Officierspaviljoen, 1920 - Klik om te vergrotenAan de opbouw en verdere uitbreiding van het schietkamp en de legerplaats kwam in juli 1914 abrupt een eind. Nederland dreigde namelijk betrokken te raken bij de Eerste Wereldoorlog en moest zich voorbereiden op eventuele mobilisatie. Dit betekende dat alles werd stilgelegd, ook de opleidingen op het schietkamp. Tijdens de oorlog fungeerde de legerplaats als opvangcentrum voor Belgische vluchtelingen en het schietkamp werd gebruikt door gemobiliseerde artillerie-eenheden. Eind 1918 was de Eerste Wereldoorlog ten einde en duizenden krijgsgevangenen werden vanuit Duitsland gerepatrieerd. De Legerplaats bij Oldebroek fungeerde hierbij als doorgangskamp voor de buitenlandse militairen op de weg terug naar huis. Naast o.a. Fransen en Amerikanen, waren het vooral Russen die de legerplaats als tussenstop gebruikten; in de volksmond sprak men toen van het ‘Russenkamp’.    

Vanaf 1919 werd er verder gewerkt aan uitbreiding van het schietkamp en de legerplaats. Zo werd o.a. het schietterrein vergroot middels aankoop van de Doornspijkse Heide en werden er verharde wegen aangelegd. Met de opheffing van de Artillerie Schietschool (ASS) en de oprichting van een nieuwe organisatie in 1922, kreeg het schietterrein haar huidige naam: het Artillerie Schietkamp (ASK). Het belangrijkste verschil tussen de ASS en het ASK was dat het ASK niet meer  verantwoordelijk was voor het opleiden van de eenheden; dit werd naar de regimenten zelf verplaatst. Het ASK was 'slechts' verantwoordelijk voor het terrein en het bieden van oefenfaciliteiten. Het terrein bleef uiteraard een belangrijke rol vervullen in de training van artilleristen. Het elders geleerde kon op het ASK in de praktijk worden gebracht. 

Officierspaviljoen, 2005 - Klik om te vergrotenIn aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd in augustus 1939 het ASK ontruimd; het personeel en materieel waren elders nodig. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het kamp ingepikt door de Duitsers, waardoor het kamp een doelwit werd voor de geallieerden. In augustus 1940 vielen de eerste geallieerde bommen op het kamp. De schade bleef beperkt en de Duitsers konden het ASK (inmiddels ‘Truppenübungsplatz Oldebroeksche Heide’ gedoopt) blijven gebruiken voor hun schietoefeningen en opleidingen. Dit duurde tot maart 1945, toen geallieerde bombardementen de Duitsers uit het kamp verdreven. 

Het kamp werd de maanden na het einde van de oorlog gebruikt als tankherstelwerkplaats van de Canadezen en als opleidingslocatie voor naar Nederlands-Indië uit te zenden troepen. Op 8 december 1945 kreeg het ASK zijn oorspronkelijke functie weer terug en er werden voor het eerst na de oorlog weer schietoefeningen gehouden.
 

 

Multifunctioneel oefenterrein 

Lancering van een raket van de NERO op het ASK -- Klik om te vergrotenHet ASK groeide niet alleen uit tot de bakermat van de Nederlandse artillerie; ook de overige wapens van de landmacht begonnen er in de naoorlogse jaren oefeningen te houden. Infanterie begon er met mortieren te oefenen, genie-eenheden gebruikten de springput op het terrein voor hun explosieven. Later werd het ASK ook de plek waar luchtmacht, marine, burgerpolitie en -brandweer regelmatig hun oefeningen hielden. Zo oefende de luchtmacht er met het werpen van oefenbommen en ook tegenwoordig worden er 'Close Air Support' oefeningen gehouden om te trainen in het verlenen van luchtsteun aan grondtroepen.  

Dat het ASK inmiddels echt niet meer het terrein is van militairen alléén, bewijst het feit dat er regelmatig modelbouwraketten worden gelanceerd. De Nederlandse Federatie voor Raket Onderzoek (NERO), een federatie van amateur raketclubs in Nederland, maakt namelijk al jaren gebruik van de faciliteiten van het ASK, met name omdat er gelanceerd mag worden tot 3 kilometer hoogte.    

 

Concentratie van artillerieopleidingen

Vuursteun Training School, Oldebroek, 2005 - Klik om te vergrotenMet de opheffing van de Artillerie Schietschool in 1922 waren de artillerieopleidingen weliswaar verdwenen van het terrein, vanaf de jaren '70  van de 20e eeuw keerden de diverse opleidingen voor artilleristen langzaamaan weer terug naar de Legerplaats bij Oldebroek. Eind jaren '60 waren namelijk plannen gemaakt om de artillerieopleidingen weer volledig te concentreren op de Legerplaats bij Oldebroek, met name vanwege de logistieke en financiële voordelen die een dergelijke concentratie nabij het ASK zou betekenen. De opleiding van artilleristen was eind jaren ' 60 bijna volledig geconcentreerd in het Artillerie Opleidingscentrum (AOC) in de Chassékazerne in Breda, maar als er geschoten moest worden, moest worden uitgeweken naar het ASK. Ook had men op het ASK niet alle instructiemiddelen, die men in Breda wel ter beschikking had, en zo was er een situatie die in verschillende opzichten niet optimaal was. Begin jaren '70 werd aangevangen met de verhuizing, beginnende met de School Reserve Officieren. Verdere verhuizing gebeurde echter maar mondjesmaat. De reorganisaties binnen de landmacht Ingang ASK, 2005 - Klik om te vergroten van eind jaren '80 waren echter een impuls om de verhuizing eens daadwerkelijk helemaal uit te voeren en in '93 was de verhuizing afgerond. Het AOC bevond zich volledig op 'De Knobbel' en omvatte alle opleidingseenheden voor de veldartillerie en de rijdende artillerie. En uiteraard het ASK, waarmee de Legerplaats bij Oldebroek uiteindelijk de plek werd waar iedere artillerist werd opgeleid én de praktijk oefende. Verdere reorganisatie en inkrimping leidde vervolgens tot opheffing van het AOC en oprichting van het Opleidings- & Trainingscentrum Vuursteun (OTCVust) op de Legerplaats bij Oldebroek. Tot op de dag van vandaag verzorgt dit centrum alle opleiding op het gebied van grondgebonden vuursteun (artillerie én mortieren) in tal van disciplines, zoals bijvoorbeeld vuurleiding, vuurregeling, vuursteuncoördinatie en doelopsporing met behulp van o.a. onbemande vliegtuigjes ('remotely piloted vehicles').  

 

Flora en fauna

Chinook-helicopter blust brand op het ASK, 2003 - Klik om te vergrotenOndanks de vervuiling van de grond van het schietterrein, kent het gebied een uitgebreide flora en fauna. Het terrein ligt op de trekroutes van diverse diersoorten. Om de dieren doorgang te verlenen is het terrein niet hermetisch afgesloten; de dieren kunnen er vrij gemakkelijk doorheen trekken. Voor de beveiliging van het terrein is dit wel eens lastig, want ook ongewenste gasten worden niet tegengehouden door een hoog hek. Ook qua flora is het schietkamp een bijzonder gebied. Zo groeien er bijzondere heidesoorten en is het terrein bijvoorbeeld één van de meest vitale groeiplaatsen in Nederland van de jeneverbes. Zo kan het dan ook voorkomen dat biologen op het kamp neerstrijken om bepaalde plantensoorten te bestuderen.

ASK, Bureau Veiligheid, 2005 - Klik om te vergrotenUiteraard heeft de natuur op het ASK te lijden onder het al of niet militaire geweld op het terrein. Regelmatig zijn er (heide)brandjes. Deze zijn in het algemeen vrij eenvoudig door de bedrijfsbrandweer van het ASK zelf te bestrijden, maar op 17 april 2003 was er een brand van geheel andere orde. Een brand verwoestte ongeveer honderd hectare heide. De oorzaak was een schietoefening waarbij weliswaar werd geschoten op een deel van het terrein dat al eerder was afgebrand, maar doordat een afgeschoten projectiel buiten dit gebied belandde, kon de heide vlam vatten. De harde wind zorgde er vervolgens voor dat het vuur zich snel uit kon breiden. De bedrijfsbrandweer, diverse brandweerkorpsen uit de  omgeving en een Chinook-helikopter van de luchtmacht moesten er aan te pas komen om het vuur te bedwingen. De Chinook stortte in acht etappes bijna 80.000 liter water vanuit het Randmeer bij Elburg op de brand. 

Niet iedere heidebrand is overigens ongewenst. Sinds tientallen jaren wordt de heide namelijk onderhouden door het gecontroleerd af te branden. Dat kan alleen als de omstandigheden goed zijn. De heide moet droog zijn en het mag niet te hard waaien. Bepaalde delen van het terrein worden dan nat gemaakt, opdat alleen de gewenste stukken heide worden afgebrand en er geen schade aan planten of dieren wordt aangericht. Het resultaat is een jonge heidevegetatie die minder snel vlam vat, waardoor het risico op heidebranden tijdens schietoefeningen kleiner is. 

 

Het hart van de Nederlandse artillerie

Artilleriemonument, Legerplaats bij Oldebroek - Klik om te vergroetenOndanks het multifunctionele karakter van het oefenterrein, blijft de Legerplaats bij Oldebroek (en het ASK) het hart van de Nederlandse artillerie. Het terrein 'ademt' artillerie: her en der zijn er historische vuurmonden opgesteld, het Artilleriemonument heeft er zijn plaats en bovendien is het Nederlands Artillerie Museum op het terrein gevestigd. Het museum, dat bestaat uit drie paviljoens, is gelegen in een klein museumpark en biedt de bezoeker een goed beeld van de geschiedenis van het Wapen der Artillerie. Na legitimatie bij de poort van de Legerplaats is het museum voor burgers probleemloos toegankelijk. Hetzelfde geldt voor het Artilleriemonument, dat is opgericht ter nagedachtenis van alle artilleristen die zijn omgekomen, onder meer tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het voormalig Nederlands-Indië en in Korea. Het monument kwam tot stand door vrijwillige bijdragen van artilleristen van hoog tot laag, zowel beroeps als reserve en dienstplichtig, in- en buiten dienst, alsmede door belangrijke bijdragen van de Nederlandse burgerij en instellingen. Het is ontworpen door de toenmalige reserve Majoor der Artillerie Boellaard en werd op 30 juni 1953 onthuld door de Minister van Oorlog, de heer Staf. Er staan de emblemen op van het Regiment Kustartillerie, het Wapen der Artillerie, het Korps Luchtdoelartillerie en het Regiment Anti-tankartillerie. Op plateaus staan twee oude vuurmonden 7-Veld. Bij het monument wordt jaarlijks een herdenkingsbijeenkomst gehouden op 4 mei. 

Koningin Beatrix overhandigd het vaandel van de artillerie, Oldebroek, 2002 - Klik om te vergrotenDaarnaast werden op 4 mei 1960 in de officierskantine gedenkramen onthuld, met daarop in glas in lood de namen van alle officieren en aspirant officieren der artillerie, zowel van de Koninklijke Landmacht als van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, die gesneuveld zijn in de periode 1940-1950. De ramen zijn uitgevoerd door glazenier Bogtman naar een ontwerp van architect Kammeyer.

Overdracht onderdeelsvlag tijdens opheffing 41 Afdva, Oldebroek, 2005 - Klik om te vergroten De Legerplaats bij Oldebroek is dé plek waar de traditie van de Artillerie leeft en in stand wordt gehouden. Diverse stichtingen en verenigingen binnen de artillerie zijn op de Legerplaats bij Oldebroek gevestigd en/of houden er regelmatig vergaderingen en bijeenkomsten. Een voorbeeld hiervan is de Vereniging Officieren Artillerie (VOA), die regelmatig bijeenkomsten op de legerplaats heeft. De Legerplaats bij Oldebroek is tevens de plaats waar veel belangrijke momenten uit de historie van de artillerie hebben plaatsgevonden en waar nog steeds belangrijke ceremoniële artillerieaangelegenheden plaatsvinden. Zo reikte Koningin Beatrix tijdens de viering van 325 jaar artillerie in 2002 een vaandel en twee standaarden uit aan de eenheden van het Wapen der Artillerie, de enige onderdelen van de Koninklijke Landmacht die tot op dat moment geen onderdeelsvlag hadden. Andere historische momenten in de geschiedenis van de artillerie, zoals meer recentelijk het afscheid van de raketartillerie middels de opheffing van de 109e Batterij MLRS in 2004 en de opheffing van de 41e Afdeling Veldartillerie in 2005, vonden met groot ceremonieel vertoon plaats op de legerplaats.


Media: 

Klik om te openen Foto's: het Artillerie Schietkamp (ASK) & de Legerplaats bij Oldebroek

Naar de homepage van 41 AfdVa C-bt 87-1/2Home